Vijf tot tien jaar wachten op extra stroom: wat kan een bedrijf ondertussen wél doen?

In maart 2024 schreef De Limburger dat bedrijven in Limburg in sommige gevallen vijf tot tien jaar zouden moeten wachten op een aansluiting of uitbreiding. Tegelijkertijd stond Enexis voor een enorme bouwopgave: alleen al in Limburg moesten volgens het artikel circa 6.600 transformatorhuisjes worden bijgeplaatst.

Dat cijfer maakt duidelijk hoe fundamenteel de infrastructuur moet veranderen. De energietransitie betekent immers dat functies die voorheen op aardgas, benzine of diesel draaiden steeds meer naar elektriciteit verschuiven. Warmte, mobiliteit en industriële processen komen daardoor allemaal op hetzelfde elektriciteitsnet terecht. Voor een ondernemer met concrete groeiambities is een wachttijd van vijf of tien jaar echter nauwelijks een werkbaar bedrijfsmodel.

Omdenken

Ondanks er geen ruimte is, wachttijden oplopen tot 15 jaar, wordt toch vaak als eerste de gevraagd gesteld: Hoe krijgen we toch een grotere aansluiting? En laat dit nu de meest slechte vraag zijn. Deze kost veel geld en maakt de ondernemer afhankelijker. Precies twee zaken waar de gemiddelde ondernemer niet vrolijk van wordt. Een betere eerste vraag is: Wat willen we met die extra aansluiting eigenlijk mogelijk maken?

Stel dat een onderneming 400 kW extra vraagt vanwege uitbreiding. Waaruit bestaat die 400 kW?

Misschien is 150 kW nodig voor een nieuwe productielijn, 100 kW voor elektrisch verwarmen en 150 kW voor laadinfra. Wanneer die functies afzonderlijk worden onderzocht, ontstaan nieuwe mogelijkheden. Het laadplein kan bijvoorbeeld ’s nachts worden gebruikt. Warmte kan worden gebufferd. Productiepiek en laadpiek kunnen door een EMS worden gescheiden. Daarmee kan de maximale netvraag mogelijk substantieel worden verlaagd.

Onderzoek vier stappen

Een goede aanpak begint met de bestaande situatie: huidige aansluiting, gecontracteerd vermogen, meetprofielen en piekbelasting. Daarna wordt het toekomstbeeld vastgesteld: uitbreiding, elektrificatie, voertuigen, zonnepanelen en andere plannen. En vervolgens worden flexibiliteitsmogelijkheden bepaald.

Pas als vierde stap komen technische maatregelen zoals batterijopslag, extra lokale opwek, warmteopslag of collectieve oplossingen met andere bedrijven in beeld.

Deze volgorde voorkomt dat grote investeringen worden gedaan voordat duidelijk is welk probleem eigenlijk opgelost moet worden.

Kijk verder dan het eigen bedrijf

Op bedrijventerreinen kan daarnaast samenwerking relevant zijn. De overheid stimuleert energiehubs en heeft hiervoor €166 miljoen beschikbaar gesteld. Het principe is dat bedrijven in elkaars nabijheid vraag, aanbod en flexibiliteit beter op elkaar afstemmen waardoor minder netcapaciteit nodig kan zijn. Dat betekent niet dat ieder bedrijventerrein automatisch geschikt is voor een energiehub. Maar wanneer meerdere ondernemingen tegelijkertijd tegen dezelfde netbeperking aanlopen, is het logisch om te onderzoeken of hun energieprofielen elkaar aanvullen.

Van wachten naar regie

Netcongestie zal niet verdwijnen door alleen slim energiemanagement. Nederland moet de komende jaren enorme hoeveelheden nieuwe energie-infrastructuur bouwen. Maar een bedrijf hoeft de tussenliggende jaren niet passief af te wachten.

Door nu inzicht te krijgen in het bestaande energieprofiel, toekomstige vraag en beschikbare flexibiliteit kan worden bepaald welke investeringen ondanks netcongestie wél haalbaar zijn.

En misschien is dat wel de belangrijkste verandering die het volle stroomnet veroorzaakt: elektriciteit is niet langer alleen een facilitaire voorziening. Het wordt een strategische randvoorwaarde voor ondernemen.

Dit opiniestuk is een reactie op het artikel van De Limburger, “Enexis investeert fors in Limburgs stroomnet, maar kan de vraag niet bijbenen: ‘Bedrijf moet vijf tot tien jaar wachten op aansluiting’”, 7 maart 2024.

Door: Ing. F.W.M. (Frank) van Neer

Frank is directeur en adviseur bij Enedia BV en heeft ruim twintig jaar ervaring in energie-infrastructuur en de energietransitie. Hij combineert technische expertise met procesregie en bestuurlijke sensitiviteit en verbindt gemeenten, netbeheerders, bedrijven en andere stakeholders rond complexe energievraagstukken. Zijn expertise ligt onder meer op het gebied van netcongestie, elektriciteitsnetten, energiehubs, warmtesystemen en netbewuste gebiedsontwikkeling. Daarbij richt hij zich op het vertalen van technische en maatschappelijke uitdagingen naar praktische, uitvoerbare en toekomstbestendige energieoplossingen.

Contactformulier

Heb je een uitdaging op het gebied van energie? Laat je gegevens achter en we denken graag met je mee.

Heb je een uitdaging op het gebied van energie? Laat je gegevens achter en we denken graag met je mee.