Omroep Brabant beschreef hoe circa 450 bedrijven op vijf bedrijventerreinen in Veghel samen willen werken aan een lokaal energiesysteem. Een logisch initiatief: het stroomnet zit vol, bedrijven willen elektrificeren en duurzame opwek kan niet altijd worden benut.
Toch zit er wat ons betreft een risico in de manier waarop energiehubs vaak worden gepresenteerd. De discussie begint al snel bij stroom delen, gezamenlijke batterijen en collectieve infrastructuur. Terwijl de eerste vraag veel eenvoudiger zou moeten zijn: wat kan een ondernemer zelf nog verbeteren achter zijn eigen meter?
Een energiehub is geen stap één, maar stap drie.
Eerst besparen en slim sturen. Netcongestie draait niet alleen om hoeveel energie een bedrijf gebruikt, maar vooral om hoeveel vermogen het op hetzelfde moment vraagt. Door installaties slimmer aan te sturen, laadprocessen te verschuiven en onnodige pieken te voorkomen, kan vaak al ruimte ontstaan binnen de bestaande aansluiting.
Iedere kilowatt die een bedrijf zelf kan besparen of verschuiven, hoeft later niet met een batterij, zwaardere aansluiting of collectieve oplossing te worden opgevangen.
Daarna zelf opwekken en opslaan
De tweede stap is het eigen energiesysteem verder optimaliseren: hernieuwbare energie opwekken, zoveel mogelijk direct zelf gebruiken en waar dat economisch zinvol is energie opslaan. Dat kan met een batterij, maar ook met warmte- of koudeopslag.
Pas wanneer duidelijk is wat een bedrijf zelf kan besparen, sturen, opwekken en opslaan, wordt zichtbaar welk probleem werkelijk overblijft.
En dan pas naar de buren!
Daarna wordt een energiehub interessant. Bedrijven kunnen dan hun resterende vraag, duurzame productie, opslag en flexibiliteit combineren. Het ene bedrijf heeft misschien ’s ochtends een piek, het andere ’s middags. De één heeft zonnestroom over, de ander juist vraag.
Juist dan ontstaat de echte meerwaarde van samenwerking.
Het voordeel van deze volgorde is groot. De gezamenlijke investering kan kleiner worden, ondernemers blijven minder afhankelijk van elkaar en ieder bedrijf kan ondertussen werken aan een eigen investeringsplan voor de komende jaren.
Onze kritiek op het initiatief in Veghel is dus niet dat energiehubs geen goede oplossing zijn. Integendeel: ze gaan een belangrijke rol spelen in de energietransitie en bij het omgaan met netcongestie. Maar we moeten voorkomen dat we collectieve oplossingen bouwen voor problemen die bedrijven eerst zelf slimmer en goedkoper hadden kunnen oplossen.
Een energiehub moet niet het startpunt zijn. Het moet het logische resultaat zijn van bedrijven die eerst hun eigen energiehuishouding op orde hebben gebracht.
Dit opiniestuk is een reactie op het artikel van Omroep Brabant: “Stroomnet zit vol, daarom leggen deze bedrijven hun eigen netwerk aan in Veghel”, 5 oktober 2023.
Door: Ing. F.W.M. (Frank) van Neer
Frank is directeur en adviseur bij Enedia BV en heeft ruim twintig jaar ervaring in energie-infrastructuur en de energietransitie. Hij combineert technische expertise met procesregie en bestuurlijke sensitiviteit en verbindt gemeenten, netbeheerders, bedrijven en andere stakeholders rond complexe energievraagstukken. Zijn expertise ligt onder meer op het gebied van netcongestie, elektriciteitsnetten, energiehubs, warmtesystemen en netbewuste gebiedsontwikkeling. Daarbij richt hij zich op het vertalen van technische en maatschappelijke uitdagingen naar praktische, uitvoerbare en toekomstbestendige energieoplossingen.